Identificatiekaart

Wie een vergunning krijgt, ontvangt bij het verlenen ervan automatisch een identificatiekaart. De wet bepaalt dat deze kaart aan de privé-detective wordt afgegeven, zodat de de administratie kan nagaan of de foto op de identificatiekaart overeenstemt met de persoon aan wie de vergunning wordt afgeleverd. De afgifte van deze kaart dient dan ook te gebeuren in de lokalen van de FOD Binnenlandse Zaken. Dit geschiedt aan de detective persoonlijk. De privé-detective hoeft voor deze kaart niets te betalen.
Pas vanaf dan mag de privé-detective ook effectief de beroepstitel voeren én het beroep uitoefenen. Immers, de wet vermeldt dat alleen de houder van deze kaart ‘de titel van privé-detective (mag) voeren'. De wet stelt immers dat de detective deze kaart bij het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheden steeds bij zich moet dragen. Wie vergund is maar nog niet over de identificatiekaart beschikt, kan zijn werkzaamheden dus niet rechtmatig aanvatten.
Hij dient deze kaart, gedurende de tijd nodig voor de controle, te overhandigen bij elke vordering van een lid van een politiedienst of van een ambtenaar die belast is met het toezicht op de toepassing van de wet .
De wet verbiedt de privé-detective niet deze identificatiekaart ook te tonen of te overhandigen aan andere personen. Maar het gaat in essentie om een identificatiekaart en niet om een legitimatiekaart. Deze kaart geeft aan de detective dus geen enkel recht. De privé-detective kan ze in geen geval aanwenden om ook maar de minste schijn te wekken dat hij over enige politiële bevoegdheid beschikt.

Vermeldingen
De kaart bevat volgende vermeldingen:
  • het opschrift ‘Identificatiekaart privé-detective';
  • de naam, voornamen en geboortedatum van de houder
  • het adres van de vestigingsplaats;
  • het vergunningsnummer van de privé-detective
  • het volgnummer van de kaart;
  • de vermelding van de geldigheidsduur;
  • de vermelding ‘Deze kaart is geen identiteitskaart';
  • een vet gedrukte letter D;
  • een pasfoto van de houder

De gegevens op de kaart zijn vermeld in de taal van de aanvrager.
De identificatiekaart bestemd voor de niet in België gevestigde privé-detectives, vermeldt tevens de naam, de voornamen en het adres van de vestigingsplaats van de privé-detective bij wie een fictieve vestigingsplaats werd gekozen.
De kaart wordt afgeleverd voor de periode waarop de vergunning betrekking heeft.

Verlies
De privé-detective die het verlies of de vernietiging van zijn identificatiekaart vaststelt, is verplicht hiervan onverwijld aangifte te doen bij de lokale of federale politie van zijn (fictieve) vestigingsplaats. Deze politiedienst zal hem een attest van die aangifte overhandigen. Dit attest vervangt tijdelijk de verloren of vernietigde kaart en laat de privé-detective toe zijn werkzaamheden verder te zetten.
De politiedienst bij wie aangifte is gedaan, stelt een onderzoek in naar de omstandigheden waarin de kaart verloren of vernietigd is en stuurt nadien een afschrift van het attest naar de burgemeester van de vestigingsplaats van de betrokkene en naar de FOD Binnenlandse Zaken. De administratie verleent de detective tenslotte een nieuwe kaart tegen afgifte van het attest.
Bij verlies of vernietiging van het attest wordt gehandeld op dezelfde wijze als bij verlies of vernietiging van de identificatiekaart.

Inlevering
In bepaalde gevallen moet de identificatiekaart onmiddellijk naar de FOD Binnenlandse Zaken worden gestuurd met het oog op de vernieuwing ervan:

  • bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de kaart;
  • wanneer de kaart beschadigd is;
  • wanneer de detective van naam of voornaam verandert;
  • wanneer het adres van de vestigingsplaats van de detective verandert;
  • wanneer de naam, de voornaam of het adres van de vestigingsplaats van de privé-detective bij wie de houder van de kaart een fictieve vestigingsplaats gekozen heeft, verandert;
  • wanneer de vergunning van de privé-detective bij wie de houder van de kaart een fictieve vestigingsplaats gekozen heeft, ingetrokken of geschorst wordt;
  • wanneer de privé-detective bij wie de houder van de kaart een fictieve vestigingsplaats gekozen heeft, zijn activiteiten als privé-detective staakt;
  • indien het gezicht van de houder niet meer lijkt op de foto die op de kaart voorkomt.

Tenslotte zal de privé-detective zijn identifcatiekaart in sommige gevallen moeten terug sturen, zonder dat die evenwel zal vernieuwd worden:

  • indien de houder van de kaart zijn activiteiten als privé-detective staakt, dient hij de kaart onmiddellijk terug te sturen om ze te laten vernietigen;
  • indien de vergunning van de privé-detective werd geschorst of ingetrokken, dient hij binnen de veertien werkdagen zijn identificatiekaart terug te sturen;
  • indien een verloren identificatiekaart na hernieuwing wordt teruggevonden, stuurt de privé-detective de oorspronkelijke kaart onverwijld terug om ze te laten vernietigen; de privé-detective mag immers in geen geval houder zijn van meer dan één identificatiekaart.

Regelgeving: artikel 2, §1, 6e lid en artikel 12 van de wet.

Koninklijk besluit van 29 april 1992 betreffende de vergunning om het beroep van privé-detective uit te oefenen (B.S. 15.05.1992), gewijzigd door de koninklijke besluiten van 2 juni 1997 (B.S. 09.07.1997) en 26 mei 1998 (B.S., 19.06.1998).

Ministerieel besluit van 19 februari 1993 betreffende de identificatiekaart voor privé-detectives (B.S., 3 april 1993), gewijzigd door het ministerieel besluit van 9 februari 1998 (B.S., 24 februari 1998).